Eten als vriend en vijand

Eten. Mijn beste vriend en grootste vijand. Chocolade als beloning na een drukke dag, taart om iets te vieren en borrelhapjes omdat dat zo gezellig is. Maar ook eeuwig diëten, calorieën tellen en schuldig voelen na een iets te grote maaltijd.

Eten bestaat voor mij al zo lang ik me kan herinneren uit twee categorieën: goed en slecht. Je hebt de Milky Ways en M &M’s aan de ene kant en de selderij en salades aan de andere kant. Toen ik ooit begon gezonder te leven was de frituurpan de deur uit doen en van wit brood naar bruin brood switchen, meer dan genoeg om een vliegende start te maken met afvallen en me beter voelen. Maar na een tijdje begon de zoektocht naar ‘echt’ gezond. Ik ging van snackbar naar superfoods en van witte wijn naar groene smoothie. Ik werd een kenner, ik las alles over gezonde voeding en was kritisch op alles wat ik at. Totdat het niet meer werkte en gezond juist ongezond werd. Want hoe strenger mijn eetregels en hoe langer mijn lijst met slecht eten werd, hoe vaker ik het allemaal liet gaan en alleen ongezond voedsel me leek te kunnen vullen.

Al mijn regels, al mijn lijstjes, alle hokjes waar ik mijn eten in plaatste, maakte me niet alleen een ontzettende zeikerd als het op eten aan kwam, het maakte me ook zwaarder en minder gezond. Want na drie dagen groene smoothies en dan weer twee dagen leven op chips en chocolade, gaat je hoofdpijn niet over en wordt je lichaam niet sterker. Na jaren van jojoën en periodes van detoxen en alles weer laten gaan, besloot ik al mijn lijstjes weg te gooien. Geen goed en slecht meer, geen eetregels waardoor ik geen brood, melk of koolhydraten meer mocht eten. Ik mocht alles wat ik wilde, alles waar mijn lichaam om vroeg. Ik was er klaar mee alles af te wegen, alles te veroordelen en daardoor nooit meer te genieten.

Na een zenuwslopende eerste paar weken waarin ik bang was dat ik nooit uit de ‘ik ontbijt gewoon met Kinder Bueno’ fase zou komen brak er een nieuwe fase aan. Ik ging weer proeven. Ik merkte dat patat van de snackbar echt heel vet smaakt. En dat een mango lekkerder is dan een donut. Ik begon te verlagen naar echt eten. Echte smaken. Ik merkte dat ik van een zak chips bleef eten, niet omdat het zo lekker was, maar omdat je dat nou eenmaal doet met een zak chips bij een film. Ik ontdekte dat ik me niet lekker voelde na een paar latte machiato’s en een stuk taart en dat ik energieker was na een salade. Ik begon te zien wanneer het een gewoonte was naar suiker te verlangen, wanneer ik me wilde belonen met iets lekkers en wanneer ik uit verveling een bak popcorn weg zat te eten.

Daarom is het nu tijd om te kiezen. Om te genieten van het eten dat ik eet. Gezonde keuzes te maken omdat ik me daar beter bij voel, om te luisteren naar mijn lichaam. Om te stoppen met eten als iets niet smaakt en de lijst met goed en slecht voor altijd de deur uit te doen.

De eerste keer

De eerste keer. Het was koud, het was nat en het was zwaar. Terwijl ik mijn capuchon opzette en mijn oortjes in deed bedacht ik even dat ik wel gek moest zijn om dit te doen. Het regende, het was laat en mijn benen hadden al drie maanden geen stap harder gezet dan strikt noodzakelijk. De eerste keer weer gaan hardlopen voelde vreemd en onwennig. Maandenlang had ik niets meer gedaan. Waar sporten de afgelopen jaren een vaste plek in mijn leven had gekregen, liet ik het meteen achterwege op het moment dat mijn hoofd geen ruimte zag. Emotionele omstandigheden, grote veranderingen en het gevoel van ongelukkig zijn zorgde er voor dat ik mijn ‘het zal allemaal wel maar ik kies voor de bank en chocola want ik ben zielig’ modus schoot.

Wat eerst voelde als lief zijn voor mezelf werd al snel een straf. Chocola eten en op de bank hangen maken je namelijk niet blij. Mijn verdriet werd er niet mee opgelost. Ik werd niet vrolijker, ik vond geen nieuw huis, ik verwerkte geen verlies – er gebeurde niets positiefs. Wat er wel gebeurde was dat mijn spijkerbroek strakker ging zitten en ik al stond te hijgen na het oplopen van één trap. Ik vond mezelf terug in oude gewoontes en patronen toen het leven even tegen zat. Er is niet zo veel mis met een reep chocola en een tijdje niet sporten. Het is niet nodig altijd met sport bezig te zijn en calorieën te tellen. Toch zag ik mezelf langzaam weer veranderen. Ik zag mezelf als slachtoffer, niet als de sterke vrouw die haar eigen leven in handen heeft.

Daarom stond ik daar dus. Koud maar vastberaden. Mezelf van de bank af schoppen was een beslissing om mijn leven weer in eigen hand te nemen. Gezond eten en bewegen hadden mij al zo veel gebracht. Ik ben er weer klaar voor om  sterk te zijn. Als ik dit kan zal de rest ook weer op zijn plek vallen.

Ik was die gezellige dikkerd

1 januari. Hoe cliché. Terwijl ik door mijn keukenkastjes struinde en al het eten weggooide dat me ook maar enigszins in verleiding zou kunnen brengen om in een moment van zwakte naar binnen te werken, moest ik lachen. Hoe kan ik ooit aan iemand vertellen dat mijn missie is geslaagd omdat ik dat op 1 januari besloten heb? Als je mensen verteld dat je op 1 januari ergens aan begint gaan ze er sowieso van uit dat het een bevlieging is. Iets wat je roept met te veel wijn op en een sigaret in je hand. Nooit meer roken én minder drinken! Vanaf nu! Om jezelf vervolgens op 5 januari bij de nieuwjaarsborrel gewoon weer te vinden tussen alle andere met in de ene hand een glas wijn en de andere een sigaret.

Mijn besluit was anders. Mijn besluit volgde op een avond vol plezier. Ik stond te dansen op de dansvloer, ik genoot van de muziek. Ik dronk, ik lachte, ik voelde me goed. Tot ik aan het einde van de avond met de jongens over bleef terwijl mijn vriendinnen de jassen gingen halen. Stuk voor stuk werden de meiden besproken. Mooie meiden, iedereen had een favoriet. Ik was de laatste die over bleef.

Een van de jongens draaide zich naar me toe en keek me aan. Vol verwachting wachtte ik mijn oordeel af. Was het mijn blonde haar wat in de smaak viel? Mijn lengte? Misschien mijn altijd aanwezige lach? ‘En jij, jij bent natuurlijk gewoon gezellig.’ Niet aantrekkelijk, leuk, geen compliment over iets. Ik werd niet zo gezien. Ik ben die gezellige dikkerd. Tot die tijd zat mijn 135 kilo me niet eens zo dwars. Ja ik was te zwaar maar dat maakte ik wel goed door mijn persoonlijkheid, mijn leuke kleding. Ik was toch gewoon ik?

Verwoede pogingen om wat af te vallen hadden nooit echt ergens toe geleid. Ik had berusting gevonden in het feit dat ik nooit zo’n meisje zou worden waar iedereen naar kijkt. Ik had geaccepteerd dat ik het moest hebben van andere dingen dan mijn looks. Ik keek in de tram vaak naar mooie meiden en vrouwen. Hoe zij zich bewegen, hoe mannen naar ze kijken. Ik vroeg me dan altijd af hoe het zou voelen om een dag een mooie vrouw te zijn. Of gewoon ordinair een lekker wijf. Dat mannen naar je fluiten. Dat de bouwvakkers inderdaad commentaar leveren als je voorbij loopt. Maar ik had het geaccepteerd. Het zat er niet in.

Zo was ik niet. Ik kon andere dingen. Maar toch. Op dat moment. Het moment dat het uitgesproken werd. Ik was niet zo. Mij zagen ze niet zo. Ik was gewoon maar ik. 25 jaar en dik. En dat kon ik niet accepteren. Daarom stond ik op 1 januari mijn keukenkastjes te legen. Ik kon zijn wie ik wilde zijn. Nu, 7 jaar later, ben ik nog steeds 50 kilo lichter dan toen en geniet ik nog elke keer dat een bouwvakker naar me fluit.

Mooie plannen

Ik maak elke dag mooie plannen. Als ik opsta weet ik zeker dat dit dé dag gaat worden. Ik zal heel kalm de dag beginnen, gezond eten, mensen inspireren, er fantastisch uitzien, prachtige resultaten boeken op mijn werk, sporten, de wereldproblemen overdenken en wat yoga doen als ik thuiskom vlak voor mijn avondmeditatie. Ik sluit de dag dan af door een hoofdstuk te schrijven in mijn ooit uit te brengen boek en vlak voor ik in slaap val heb ik tantrische seks met mijn geliefde.

Omdat het best veel is om te combineren, probeer ik een balans te vinden en zo veel mogelijk van mijn dag te maken. Zo begin ik meestal met een flinke dosis ergernis richting mijn medereizigers of de NS. Omdat ik meestal nét te laat van huis ga – en het verkeer en de trein meestal nét niet meezitten – ben ik me dus ook meestal nét aan het haasten. Mijn voorgenomen kalmte is op dat moment nét niet te vinden.

Eenmaal aan het werk komt er niets van voorgenomen ambitieuze plannen en heldere inzichten en adviezen omdat ik de hele dag telefoontjes en e-mails beantwoord die steeds meer werk toevoegen aan mijn eindeloze to do list. Aan het einde van de dag kijk ik met een onbevredigd gevoel naar mijn lijstje dat nog net zo lang is als die morgen. Om dat ene project echt even af te maken klinkt een paar uur doorwerken aanlokkelijk, maar ik wil ook naar huis voor de yoga, meditatie, sport, gezonde maaltijd, biologische boodschappen, wereldvrede en tantra seks.

Snel de trein in dan maar, die ik nét mis omdat ik nog even dat ene mailtje af wil handelen. En dus kom ik moe en geïrriteerd aan op het station waar ik bedenk dat die stomme biologische supermarkt nog ruim 20 minuten hiervandaan is en ik ook gewoon een diepvriespizza mee kan nemen. En die reep chocolade kan vandaag ook wel want ik heb zo hard gewerkt. Misschien heb ik dan wel acht uur op mijn bureaustoel geplakt gezeten, straks ga ik sporten dus dat is er zo weer af.

Thuis aangekomen pak ik mijn sportspullen vast in en leg wat boeken klaar om vast aan een lijstje met gezonde recepten voor de hele week te beginnen. Terwijl ik mijn diepvriespizza uit de oven haal en op de bank ga zitten om te eten voor de tv, beloof ik mezelf dat dat eenmalig is. Morgen eet ik mindful aan tafel, zonder afleiding, om optimaal van mijn gezonde diner te genieten.

Als de pizza op is zonder dat ik het echt door heb (RTL boulevard was mateloos interessant), gaat de reep er achteraan bij een kop thee. Ik pak ook het dekentje maar even want het is wat koud zo onderuitgezakt. Als ik na een momentje ontspannen tv kijken opkijk en de stapel boeken naast de laptop zie liggen sta ik haastig op om aan de slag te gaan. Tenminste, dat wil ik wel, maar ik zie dat het tien uur is en ik zou toch echt wat eerder naar bed gaan. Morgen dan maar sporten, schrijven, plannen en yoga. Nu is er alleen nog tijd voor meditatie en een paar woorden in mijn dankbaarheidsdagboek. Als ik naar mijn slaapkamer loop en de stapel was zie liggen naast het bed dat eigenlijk verschoond moet worden, zet ik dat er bij op mijn lijstje voor morgen. Morgen wordt namelijk dé dag dat ik alles op mijn lijstje ga doen. Dan doe ik dan ook wel die meditatie want ik ben nu eigenlijk best moe.